***URBANE INTERVENTIE MET SPIEGELENDE GLASPLATEN BEVRAAGT KIJKKADERS

***URBANE INTERVENTIE MET SPIEGELENDE GLASPLATEN BEVRAAGT KIJKKADERS

Voorstelling: 
We wachten op de grens
maandag, 17 oktober, 2016

Door Wendy Lubberding gepubliceerd 17 oktober 2016

Met een krijtstreep op de stoep trekt de publieksbegeleidster een grens: daar achter moet het publiek zich opstellen. We bevinden ons in een smalle klinkerstraat, meer een steeg misschien, tegenover de ingang van poppodium 013 in Tilburg. Tegenover ons de achtergevels en tuinen van een rij oude huizen, achter ons een café. Drie herfstige bomen. Achteraan in de straat, daar waar de zon nog net een stenen bankje weet te vangen, staat een jonge man. Plotseling komen vanachter een struik en een muurtje drie manshoge spiegels aangelopen. Ze nemen verschillende posities in en reflecteren de klinkers, het herfstige blad aan de boom, de lucht. En onszelf.

Het Tilburgse dansgezelschap Vloeistof van choreografen Anja Reinhardt en Yuri Bongers maakt vaak werk op straat. Hun nieuwste, We wachten op de grens, wordt aangekondigd als een urbane interventie: door midden tussen de voorbijgangers te manoeuvreren met grote spiegels en glasplaten werpen ze tijdelijke nieuwe grenzen op in de openbare ruimte. Zo onderzoeken ze wat die grenzen doen met hun publiek en de nietsvermoedende fietsers en wandelaars die zich plotseling geconfronteerd zien met deze spiegelende obstakels en de mensen daarachter. De voorstelling is gemaakt als onderdeel van de jaarlijkse Tilburgse Dansmaand, die dit jaar als thema heeft ‘Challenging the frame’. Vloeistof bevraagt onze kaders door een onderzoek te doen naar grenzen.

Die grenzen worden op verschillende manieren onderzocht. Werden we als publiek in eerste instantie al achter een krijtstreep geplaatst, even later drijven twee performers ons steeds verder in een hoek tussen het café en een tuinhek met een hoge heg. Zwijgend leiden ze ons met hun armen wijd gespreid steeds een stap verder naar achteren, dichter op elkaar. Hoever kan dit gaan voordat iemand het benauwd krijgt van zoveel nabijheid? Twee andere performers dragen een grote plaat plexiglas en sjouwen daarmee onverstoorbaar langs ons heen en tussen ons door. Af en toe zetten ze hun last even neer, daarmee de groep in tweeën splitsend. Uiteindelijk staan de vier achter hun plaat recht tegenover de groep toeschouwers. Dan vervaagt er een grens: wie kijkt nu naar wie? Wie houdt de glasplaat op zijn plek? Wat maakt dat je performer bent, wat maakt je toeschouwer?

Performer Rex Clemensia gaat voor zijn publiek staan. Hij zwijgt, zijn blik is neutraal. Uit de boombox op de grond komt een korte monoloog waarin hij vertelt wie hij is, waar hij woont, waar hij is geboren. Dat zijn ogen donkerbruin zijn. ‘Ik heb een Nederlands paspoort’, sluit hij af, en danst. Even later wordt hij door zijn drie medeperformers en hun grote spiegels klemgezet. Tot hij niet meer beweegt. Hij is de enige met een donkere huid.

Het gegeven van de spiegel of spiegelende glasplaat als obstakel is goed gekozen; wie een ander als obstakel ziet, doet er goed aan zichzelf eens te bekijken. Het eerste oordeel over een onbekende wordt vaak gevormd door een of meerdere eigenschappen die je zelf bij de ander veronderstelt. De ander, voordat je die echt in de ogen hebt gekeken, is altijd eerst en vooral een door je eigen aannames geconstrueerd geheel van eigenschappen. Het beeld dat je hebt van een vrouw, een vluchteling, een homoseksueel, moslim of een Curaçaoër bestaat eerst uit de gedachten die jij in de loop van je leven hebt verzameld, gewogen en bij je gehouden en die je vliegensvlug helpen je wereld in te delen in begrijpelijke categorieën: jouw frame. Dus als je kijkt naar die zwarte man, die vrouw op sportschoenen, die moslima met hoofddoek, kijk je eerst naar jezelf. Naar jouw construct van deze soort. Pas als je samen iets onderneemt – je helpt bijvoorbeeld een glasplaat dragen – leer je hem of haar kennen en kan de spiegel doorzichtig worden.

De glasplaat is weg. Er staat nu niets meer tussen de performers en hun publiek in. De groep kijkers omringt de dansers, die hun ruimte tussen ons in verkennen. Rex Clemensia en Yuri Bongers kronkelen, stappen, duiken en draaien zo dichtbij om me heen dat ik hun lichaamswarmte voel, de zweetdruppels op hun neus kan tellen. Als zij na deze laatste minuten met Anja Reinhardt en Ulrike Doszmann tussen ons uit glippen en weglopen, de straat uit, is onze groep plotseling vier leden armer.

Paul Janssen