Vloeistof dans schudt wakker

Vloeistof dans schudt wakker

Voorstelling: 
jukeboxcity
zondag, 20 december, 2015
Anja Reinhardt en Yuri Bongers zijn al vijftien jaar lang de drijvende krachten achter Vloeistof Dans, een klein gezelschap dat met steeds weer verrassende producties in de openbare ruimte de confrontatie zoekt. Met het publiek, maar ook van de toeschouwer met zichzelf.
In een leegstand pand in het winkelhart van Tilburg bevond zich afgelopen najaar een groep mensen. Ze zaten achter een van de ramen en bespiedden de voorbijgangers. Waarom deden ze dat? Waarom zaten zij daar? Degenen die voorbij snelden kregen op deze vragen in elk geval geen antwoord. Sterker nog, zij hadden niet eens in de gaten dat ze stiekem werden bekeken. En de mensen achter de ramen? Die kregen langzamerhand een andere werkelijkheid voorgeschoteld. Met muziek en live-geluid werd de realiteit beetgepakt, werd een filmische situatie geschapen. En was de werkelijkheid in elk geval niet wat dit groepje gluurders meende te zien.
Gluurders
De gluurders waren ‘in handen gevallen’ van Vloeistof, een dansgezelschap uit Tilburg dat hier meerdere malen per dag zijn voorstelling Jukeboxcity opvoerde. Een nieuw perspectief op urbane werkelijkheid, zo omschrijven Anja Reinhardt en Yuri Bongers hun multidisciplinaire kunstuiting. De twee kunstenaars zijn choreografen en dansers en vormen de artistieke leiding van Vloeistof alledaagse dans, zoals zij hun merkwaardige dansensemble het liefst omschrijven. Voor hen geen beperking van een podium of zaal, nee, zij zoeken het liefst de openbare ruimte op om daar hun voorstellingen tot volle bloei te laten komen. En dat gebeurt altijd met het publiek als middelpunt.
‘Wij zijn dan wel choreograaf en danser, maar we werken veel meer uit de beleving,’ zeggen Bongers en Rheinhardt. ‘Publiek wordt bij ons altijd in een situatie gebracht waarin het bewust wordt van zijn eigen rol. Peggy Olislaegers, een collega van ons, zei het eens heel treffend: “Bij Vloeistof worden als kijker je ogen aangescherpt”. Daarbij speelt een rol hóe je kijkt. Dat is onderdeel van ons concept. Toen we vijftien jaar geleden begonnen met Vloeistof, wilden we dans maken voor iedereen. Niet taalgebonden, elk lichaam moest telkens worden gelezen, zo wilden we onze artistieke inzichten uitdragen. Daarom is het logisch dat we niet alleen theater wilden, maar middenin de samenleving moesten staan. Die kern is er nog altijd, alleen het ervaringsgerichte is toegenomen. We willen ook stille momenten, die kunnen juist confronterend zijn. We reflecteren op eigen gedrag.’
Confrontatie
‘Grote vragen voor ons nu zijn: hoe gaan we met elkaar om, hoe gebruiken we de ruimte. Ruimte is altijd een plek waar iedereen elkaar tegenkomt. Het is de taak van een kunstenaar die confrontatie steeds aan te gaan. Daarom is de openbare ruimte zo interessant voor ons, omdat zij steeds reacties en vragen oproept. Die dialoog voedt mij heel erg, in meerdere lagen. Ik pas er mijn denkbeelden op aan. Door te observeren zie je bepaalde toestanden in de maatschappij,’ zegt Reinhardt.
Zo komt de voorstelling Jukeboxcity weer ter sprake. ‘Hierin is ons uitgangspunt hoe je omgaat met de ander, hoe je de ander leest. Dat is zo’n algemeen thema. In deze voorstelling hoor je dansers praten, ze leveren commentaar op de passanten. Het publiek krijgt dit door via koptelefoons. Ze zeggen bijvoorbeeld van iemand die langs loopt, dat hij buitenlander is. Of een student uit Zweden. Iemand met een rastakapsel houdt van reggae. Zo beïnvloeden ze het kijkgedrag van het publiek.’
Is het dan de bedoeling van Vloeistof om vervreemding op te roepen? ‘Absoluut,’ antwoordt Bongers razendsnel. Om er dan wat langzamer aan toe te voegen: ‘Vervreemding is niet helemaal aan de orde. Het kan ook slaan op effecten of het verhaal dat wij willen vertellen. Absurdisme is er altijd. De toeschouwer zit in een complot, vraagt zich af of dit theater is of niet. Hij ziet een gewone mens rare dingen doen. Dat is dan wel weer een vorm van vervreemding. De vraag of iets echt is of niet, is een middel dat we inzetten. Het is een klein moment in het geheel om iets wakker te schudden. Humor is ook geen absoluut doel voor ons. Maar hij heeft wel een functie.’
Vervreemding of niet, in een van de jongste choreografieën, ‘Welkom in de buitenwereld’, worden vijf toeschouwers uitgenodigd achter de getinte ramen van een luxe auto plaats te nemen. Ook hier weer is de kijker de ultieme gluurder. Hij ziet fietsers, auto’s, voetgangers, een bus passeren. Maar ook een danseres. Wat doet die daar? Ze staat op haar hoofd, ligt midden op straat. Vloeistof beweegt, verandert de buitenwereld voor de gluurder, verstoort en bezorgt de toeschouwer een andere wereld. Want ook hier weet hij of zij niet wat theater is en wat niet.
Roeibootje
Hetzelfde geldt voor ‘Dood op de boot’. Bongers en Rheinhardt treden hier zelf op als een stelletje dat aan een picknick wil beginnen. In een roeibootje groeit spanning tussen de twee die uitmondt in een absurdistische moord, begeleid door ontspannende barokmuziek. Het wiebelende bootje dat bijna water schept, het alles omsluitende water, het bloed dat rijkelijk heeft gespat en de wetenschap dat er op het water niet te ontsnappen valt: het is wederom een parel van een Vloeistof-voorstelling.
Yuri Bongers en Anja Rheinhardt zijn de oprichters van Vloeistof. Zij werken al vijftien jaar intensief samen. Opvallend, zodat vanzelf de vraag rijst of bij een van beiden of bij allebei zich nooit verveling of gewenning aandient. ‘Dit tweekoppige artistieke team bevat de kwaliteiten die in Vloeistof samenvloeien,’ zeggen de twee nogal theatraal. ‘Buiten deze samenwerking kan Vloeistof niet bestaan. Het is wel zo dat we de komende tijd financieel ruimte willen krijgen om een stap te maken.’ Een voorbeeldje van zo’n stap: ‘Dans op de boot’ wordt vaak meerdere keren op een dag opgevoerd. Dat betekent kostuums vol nepbloed. Die staat Reinhardt dan ’s avonds te wassen om ze de dag daarna weer bruikbaar te hebben. ‘Dat kan niet meer,’ vinden beiden. ‘Tot nu toe vonden we het interessant die taken uit te voeren, maar we willen meer tijd en energie gaan steken in artistieke ontwikkelingen.’
Daar is uiteraard geld voor nodig en dat is het grote breekpunt in de wereld van de kunsten nadat een zekere bestuurder met de naam Zijlstra daar zowat alle pecunia aan heeft onttrokken. Ook Vloeistof kreunt onder het beleid van de overheid. De groep krijgt alleen subsidie van de gemeente Tilburg.
‘We willen graag geld van de provincie en het rijk. Dat heeft ons positief beoordeeld, geen geld toegekend, wel mentaal gesteund. We hebben een paar keer provinciale ondersteuning gekregen en een rijkssubsidie waarmee we in september naar Canada zijn geweest. Dat waren projectsubsidies. Ons inkomen vloeit voornamelijk voort uit de tachtig tot honderd voorstellingen die we per jaar in vlakke-vloertheaters en op festivals verzorgen. Vooral op festivals. Andere gezelschappen hebben soms last dat ze het vereiste aantal voorstellingen niet halen om voor subsidie in aanmerking te komen. Wij niet. We zijn wel altijd flink gesteund door het VSB Fonds. Maar op dit moment wordt de druk op particuliere fondsen ook groter en groter.’
Buitenland
‘Omdat we voor onze buitenvoorstellingen niet veel rekwisieten nodig hebben, kunnen we van onze kunst leven. Voor multidisciplinaire festivals in het buitenland krijgen we nogal eens uitnodigingen. Veel spelen maakt je zichtbaar. Er zijn altijd wel mensen op festivals die binding hebben met andere festivals. Daar worden we dan ook weer uitgenodigd. Met onze voorstellingen spreken we de maatschappij aan. Soms is het schokkend mee te maken hoe mensen met elkaar omgaan. En dan te zien hoe de eigen wereld reageert. Daarmee zijn wij anders dan andere gezelschappen en dat wordt internationaal ook zo gezien.’
Kortgeleden heeft Vloeistof het fenomeen crowdfunding aangegrepen als nieuwe inkomensbron. ‘We hadden er al eens aan gedacht,’ zegt Anja Reinhardt. ‘Wij worden door ons publiek gedragen, mensen zijn interessant voor ons. Logisch dat je dan wel eens aan crowdfunding denkt. We stonden met Jukeboxcity op festival Incubate. Het crowdfundingplatform Tilburg voor Cultuur steunde ons. We gingen zelf op zoek naar geld. Dat werkte erg motiverend omdat het platform alles wat we binnenhaalden, verdubbelde. Je probeert het gewoon een keer uit. Crowdfunding is voor één keer leuk en bevredigend, maar op de langere termijn is het niet houdbaar. Jukeboxcity speelde in de zomer voor een korte periode. Wij wilden graag onderzoeken of crowdfunding in die twee elementen kon voorzien. En dat is gelukt.’
Vloeistof gaat zijn eigen gang in Noord-Brabant en de rest van de wereld. Het gezelschap heeft echter wel banden met DansBrabant, talentontwikkelaar en stimulator van de Brabantse dans. ‘We staan er kritisch in, er is een constante dialoog en uitwisseling. We onderzoeken ook wat we voor elkaar kunnen betekenen. Tegenwoordig is er bij DansBrabant een openheid van geest, die er voorheen niet was. Met de komst van Heleen Volman is dat een stuk beter geworden. Jammer is dat DansBrabant twee petten op heeft. Het beheert de impulsgelden van de gemeente en is er voor onder meer talentontwikkeling. Als DansBrabant er alleen zou zijn voor het veld zou het meer voor andere makers kunnen betekenen. Naast DansBrabant hebben we contacten met Dansnest en Kunstbalie en ook met Ulrike Doszmann (danseres en choreografe; rvdh.). In de praktijk blijkt dat weinig groepen in Brabant elkaar opzoeken. Ieder is bezig met overleven. Nu broeit er een plan dat Brabantse makers iets gaan doen met improvisatie en muziek. Wij juichen dat zeer toe, het schept meer mogelijkheden. Maar er moet wel een platform voor zijn.’
Dansdagen
Bij de voorbije editie van de Nederlandse Dansdagen in Maastricht, begin oktober, was Vloeistof er voor de eerste keer te gast met ‘Welkom in de buitenwereld’, dat twee dagen op het programma stond. In mei van dit jaar werd ‘Dood op de boot’ opgevoerd op het Meer van Génève. Reinhardt en Bongers zijn dolblij met deze wapenfeiten. En ook zijn ze juichend, nu deze week bekend is geworden dat een samenwerking aan een interactieve, korte dansfilm die komend jaar wordt opgenomen, subsidie krijgt van het Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Brabant en van Cinedans. Met hetzelfde enthousiasme vertellen ze over de herneming van Wegwerpwereld, een choreografie uit 2007. ‘Die maakten we toen voor Festival Mundial, maar het stuk is opnieuw actueel nu we afscheid gaan nemen van statiegeld en de plasticsoep in oceanen ons parten gaat spelen. We gaan er ook een traject voor middelbare scholen mee in. Mooi materiaal voor een debat over duurzaamheid.’
 
gemma van der heyden